03/02/2018
Het pinapparaat
Het is een druilerige dinsdagochtend. Ik parkeer mijn auto en loop het kantoor binnen. Enkele collega’s zijn al aan het werk. Terwijl ik een mok koffie pak gaat mijn telefoon. Een collega belt me met de vraag of ik vanmiddag tijd heb voor het opmaken van een proces-verbaal van constatering. Een huurder heeft de sleutels van zijn woning ingeleverd, maar de woning is in erbarmelijke staat achtergelaten. Ik maak met m’n collega een afspraak voor 16.00 uur en hij gaat de stukken verder in orde maken. Ondertussen zie ik de andere collega’s één voor één binnendruppelen. Letterlijk.
Een snelle blik in de agenda laat zien dat ik ook op een elftal adressen beslag moet leggen op de inboedel en om 13.30 uur staat er een ontruiming van een loods op de planning.
Ik neem de dossiers stuk voor stuk door, teken de documenten en maak een logische route door de wijk. Onze deurwaarders hebben hun eigen wijken en ze kennen hun wijken en de mensen die er wonen. En… de mensen kennen ons.
M’n navigatiesysteem leidt me naar het eerste adres. Bij het binnenrijden van de straat kijk ik naar het straatnaambord. Een vaste gewoonte om er zeker van te zijn dat het navigatiesysteem mij niet bedriegt. Het adres is een flat. Ik stap uit de auto en scan de omgeving, de ingang van het complex, het bellenpaneel, de brievenbussen met de bekende JA/NEE stickers en de al dan niet aanwezige naambordjes. Ook een vaste gewoonte. Terwijl ik hiermee bezig ben, zie ik vanuit m’n ooghoek een jongeman naar mij toekomen.
De jongeman komt direct ter zake. “Meneer, weet u hoeveel er nog openstaat?” Verbaasd kijk ik om en vraag hem naar zijn naam. Ik ken hem niet, maar wil hem uiteraard wel helpen. Ik bel m’n collega en die geeft aan dat we hem kennen en er inderdaad nog een dossier openstaat. Er dient nog een bedrag betaalt te worden van € 237,10. “Dat wil ik direct betalen, want ik wil er vanaf”, is prompt het antwoord van de jongeman. “Ik moet alleen eerst pinnen,” vervolgt hij. Dat hoeft niet, zeg ik, en diep mijn pinapparaatje uit m’n binnenzak. Nu is hij op zijn b***t verbaasd en blij dat hij direct kan pinnen. Met een paar minuten is de zaak geregeld. Hij geeft me een hand, groet me en vervolgt zijn weg.
Met een glimlach op m’n gezicht bel ik op het eerste adres aan.