WoonCheck

WoonCheck Bouwkundig inspectie en advies bureau

18/09/2025

Ruim 650.000 panden in Nederland lopen funderingsrisico”
Volgens de meest recente cijfers registreert de FunderMaps-database ruim 6,4 miljoen panden met een woon- of commerciële functie in Nederland. Daarvan rust 57 procent op een ondiepe fundering – ook wel fundering op staal genoemd – terwijl 38 procent is gebouwd op betonp***n. Daarnaast staan er nog altijd meer dan 370.000 panden op houten p***n, een kwetsbare categorie vanwege risico’s op aantasting.
Het beeld van herstelde funderingen is somber: in het Nationaal Herstelregister zijn slechts 18.748 panden opgenomen waarbij daadwerkelijk ingrepen hebben plaatsgevonden. “Dat is waarschijnlijk nog niet eens de helft van het werkelijke aantal”, aldus het rapport. De opgave blijft dus gigantisch.
Het rapport Stand van het Land 2025 sluit af met een waarschuwing en een oproep: de kennis en de data zijn aanwezig, maar de opgave groeit sneller dan de aanpak. Alleen met gezamenlijke inzet van overheden, corporaties, financiers en huiseigenaren kan de stille crisis onder onze voeten worden gekeerd, aldus het KCAF in het rapport.
Oorzaken van funderingsproblemen
Het rapport beschrijft verschillende oorzaken van funderingsschade, die sterk regioafhankelijk zijn.
Droogstand: Bij houten p***n kan paalrot optreden als het grondwaterpeil te laag staat en zuurstof de paalkoppen bereikt. Vooral in het westen en noorden is dit een groot probleem.
Optrekkend vocht: Bij ondiepe funderingen kan een te hoge grondwaterstand leiden tot vocht in muren en vloeren, met schimmel en gezondheidsrisico’s tot gevolg.
Bacteriële aantasting (p***npest): Vooral grenenhouten p***n zijn gevoelig voor een consortium van bacteriën dat ook onder water actief is.
Negatieve kleef: Als ophogingen van straten en tuinen leiden tot extra belasting op houten p***n, kan de fundering langzaam naar beneden worden getrokken.
Verschilzakking: Bij niet-onderheide panden kan ongelijke zakking optreden, bijvoorbeeld doordat straten zijn opgehoogd. Dit leidt tot scheefstand en scheuren.
Klimaatverandering kan de risico’s verder vergroten. Langdurige droogteperiodes en extremere neerslag leiden tot sterkere fluctuaties in grondwaterstanden, waardoor zowel droogstand als optrekkend vocht vaker voorkomen.

09/01/2025

Sterke behoefte aan informatie over fundering

Vier op de vijf mensen die binnen nu en twee jaar een woning willen kopen, zijn niet of nauwelijks bekend met funderingsproblematiek. Dit blijkt uit onderzoek van ASN Bank en BLG Wonen onder zeshonderd koopstarters én doorstromers (die zoeken naar een volgende koopwoning). Door onder meer klimaatverandering is de verwachting dat het probleem komend decennium verergert. Zo’n 425.000 gebouwen hebben al funderingsschade of krijgen daar tussen nu en tien jaar mee te maken.
Het onderzoek laat zien dat die informatievoorziening noodzakelijk is en mogelijk ook leidt tot andere keuzes. “Wanneer we mensen vragen of ze een woning zouden kopen met het risico op verzakking, dan zie je grote terughoudendheid, ondanks de krapte op de woningmarkt De schade komt soms pas jaren later aan het licht. “Het is dus essentieel dat consumenten voldoende informatie krijgen over de risico’s op funderingsschade.”
Uit het onderzoek blijkt dat 1 op de 3 doorstromers meteen zegt af te zien van de koop van een volgende woning met het risico op funderingsschade. Dit percentage ligt lager onder koopstarters, waar 1 op de 5 zou afhaken. Onder deze groep twijfelen wel significant meer mensen of ze zo’n woning zouden kopen. Een mogelijke verklaring biedt het onderzoek ook: koopstarters zijn minder bekend met funderingsproblematiek dan doorstromers. Ook zal het meespelen dat koopstarters vaak een minder sterke positie op de woningmarkt hebben, bijvoorbeeld doordat doorstromers vaak overwaarde op hun woning hebben. Daardoor zijn koopstarters mogelijk bereid eerder concessies te doen en een minder ideale woning te accepteren.

16/12/2023

Jan Tops’ Top Gun la Silla (Grannus x Winnetou)
Top Gun La Silla was the top Olympic mount of famed Dutch rider Jan Tops. Together Jan and Top Gun won nine international/Championship Grand Prix titles, earning podium placings in 22 championship competitions from 1991 to 1998. The Hanoverian gelding, born in 1982, started competition with Great Britain’s Nick Skelton before being sold to Jan Tops and Alfonso Romo. Tops rode him to wins in the European Championships and to an Olympic Team Gold medal in Barcelona, Spain.

16/11/2023

Op 26 september organiseerde Savantis, in samenwerking met de HAN en het Rijksvastgoedbedrijf, een bijzondere bijscholing voor vastgoedprofessionals. De deelnemers ondergingen een programma waarin ze werden ondergedompeld in de laatste technologieën voor vastgoedinspecties, waaronder de baanbrekende robothond Spot. “De Spot-robot kan worden uitgerust met diverse gereedschappen en camera’s om zelfstandig inspectiewerk uit te voeren

15/11/2023
25/07/2023

De Nederlandse bouwsector krimpt naar verwachting komend jaar fors met 2,5 procent. Dat staat in het nieuwste bouwrapport van ING Research, de onderzoeksafdeling van ING. Het zou de grootste krimp zijn sinds 2013.
De bouw groeit dit jaar nog licht met een half procent, maar daar komt in 2024 dus een einde aan, denkt ING. De nog aanhoudende groei werd vooral veroorzaakt door energiebesparende maatregelen. Zo zorgden de hogere energieprijzen in de installatie-, herstel- en renovatiemarkt voor een enorme extra vraag naar energiebesparende bouwwerkzaamheden. Het gaat daarbij onder andere om de installatie van (hybride) warmtepompen, plaatsing van zonnepanelen en isolatiewerkzaamheden. De enorme interesse in energiebesparende maatregelen lijkt echter afgenomen nu de energieprijzen weer zijn gedaald. Hierdoor valt deze steunpilaar, die tegenwicht bood voor de afnemende nieuwbouwproductie, gedeeltelijk weg.
Ook in de woningbouw gaat het minder goed. Projecten hebben last van de terugvallende woningmarkt door onder andere de hogere rente, stikstofproblematiek, hoge bouwprijzen, tekort aan bouwgrond en vaak complexe projectontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat het bouwvolume onder druk staat. Voorin de keten is dit al duidelijk voelbaar. Het aantal bouwvergunningen is teruggelopen en ook de omzetten bij projectontwikkelaars lopen terug.
De productie van de bouwmaterialen krimpt eveneens al. Zo lag het volume in mei 20 procent lager dan een jaar eerder nadat in het eerste kwartaal de volumes al met 9 procent waren afgenomen. Bouwbedrijven bestellen minder bouwmaterialen als beton, cement en bakstenen, omdat zij al te maken hebben met minder nieuwbouwopdrachten. Verder in de keten is er nog steeds wel omzetgroei zoals bij de deelsector afwerking van gebouwen waar onder andere stukadoors, schilders en timmerlieden onder vallen. Deels gebeuren deze activiteiten ook veel bij renovatie maar op termijn zullen de werkzaamheden in deze sectoren minder worden als de lopende projecten gaan afnemen.
Dat de bouw het nu nog druk heeft, maar dat dit snel kan veranderen, blijkt volgens ING ook uit de arbeidsmarkt. Veel bouwbedrijven geven nog aan dat ze productiebelemmeringen hebben door personeelstekorten als is dit wel afgenomen. Waren eerder bij 25 procent van de bouwondernemers urgente personeelstekorten, in juni was dit nog slechts bij 13 procent het geval. Ook het aantal bedrijven dat verwacht nog nieuw personeel aan te nemen is flink gedaald tot 4 procent. Bouwbedrijven sorteren daarmee waarschijnlijk al voor op minder werkz in 2024.

15/07/2023

Lekkage als het koud is Tekst: ing. S. den Ouden.
Een wat ouder stel heeft sinds ‘de corona’ last van lekkages. De koopwoning is eigendom vanaf de nieuwbouw. De lekkages zijn pas sinds enkele jaren ontstaan, sinds de bewoners thuiswerken. Het thuiswerken is voor hen pas mogelijk geworden sinds de coronamaatregelen dit verplichtten. Dus thuis een werkkamer ingericht en tot hun grote verbazing de eerstvolgende winter lekkage in juist die kamer! Nog nooit eerder lekkage gehad…
De eerste lekkage bestond uit enkele druppels die langs de binnenzijde van het gevelkozijn naar beneden liepen en die vieze bruine sporen achterlieten. De kamer is gelegen onder een plat dak, dus een dakdekker gebeld. Dakdekker op het dak geweest: hij vindt niks en geeft aan dat hij uit voorzorg enkele kitvoegjes heeft vervangen en meer niet. Hoopvol de volgende winter in waarin helaas opnieuw, op dezelfde manier lekkage wordt waargenomen. De lekkage is nu groter met meer bruine verkleuring en aflopende druppels. Opnieuw een dakdekker gebeld. Deze heeft na een bezoek aan het dak niets kunnen vinden. De dakdekker maakt de opmerking dat het geen lekkage hoeft te zijn, want het heeft recent helemaal niet geregend. De bewoners zien nu ook in dat het al veel heeft geregend, maar dat de lekkage alleen in de koude periode in de winter optreedt. De derde winter wordt opnieuw lekkage waargenomen, bij lage temperaturen en zonder neerslag. Met deze constatering wordt een bouwpatholoog ingeschakeld.
Aan het begin van het onderzoek wordt de geschiedenis chronologisch toegelicht waaruit blijkt dat voor de coronacrisis de kamer onder het dak vrijwel niet werd verwarmd en gebruikt. Tijdens de corona is de kamer omgebouwd tot werkkamer, nieuwe vloerbedekking, behangetje en schilderwerk. Omdat het een kamer onder het platte dak is en grote glasoppervlakken heeft, is het in de winter niet gemakkelijk warm te krijgen en te houden en wordt het in de zomer veel te heet. Er wordt besloten een airco-installatie te laten plaatsen die in de winter ook kan verwarmen. De lekkagesporen tekenen zich af vanaf het kozijn, vanuit de bovendorpel van de kozijnen en vanuit de aansluitingen in de betimmering boven de kozijnen. De gevelkozijnen lopen langs de dakvloer door tot onder tegen een betonnen dakrand/overstek. Deze aansluiting wordt buiten netjes aan het zicht onttrokken door ondoorzichtig glas en aan de binnenzijde door een betimmering tussen de gevelkozijnen en de dakvloer. Deze aansluiting blijkt dan ook onbereikbaar zonder destructief onderzoek. Eerst wordt de dakrand geïnspecteerd waarbij opvalt dat de kitvoegen wel enig onderhoud of vervanging kunnen gebruiken. Na plaatselijke beregening met water blijkt dit echter geen lekkage te veroorzaken. Boven het gevelkozijn en onder de dakrand is een opening in de kitvoeg zichtbaar waarboven een donkere aftekening tegen de onderzijde van de betonnen dakrand zichtbaar is. Na uitnemen van één van de ‘blinde’ ruiten blijkt hierachter een dampremmende folie aanwezig en een multiplex betimmering. Door een gezaagde opening in het multiplex is de aansluiting van de betonnen dakvloer op dakrand en gevelkozijn zichtbaar. Zichtbaar is dat de betreffende aansluiting aan de binnenzijde niet is geïsoleerd, geventileerd en of van dampremming is voorzien. Ook is zichtbaar dat langs de ongeïsoleerde prefab betonnen dakrandelementen een vuile aftekening zichtbaar is van lekwater. Dit lekwater komt op de rand van de dakvloer en loopt vervolgens op het kozijn. Van de bovendorpel loopt het tussen de kieren van de betimmering en de bovendorpel zelf door naar binnen. Hier maakt het de vuile strepen op de binnenzijde van het kozijn.
Conclusies
Door de metamorfose van onverwarmde opslagruimte naar een verwarmde werkkamer, is het temperatuurverschil over de gevel van de ruimte veel groter geworden. Zowel in de winter als in de zomer. Door de grote glasoppervlakken waar men met de rug naar toe gekeerd zit te werken, voelt dit snel onbehagelijk. Dit wordt gecompenseerd door extra verwarming met de airco installatie. Het gevoel van koude aan de rug wordt gecompenseerd door de temperatuur wat hoger in te stellen, namelijk 22 graden. Door de ontbrekende ventilatie in de ruimte (van oorsprong een onbenoemde ruimte) loopt bij gebruik de luchtvochtigheid ook op. In de winter zijn de buitentemperaturen laag, is de binnentemperatuur hoog en is ook de luchtvochtigheid in de werkkamer relatief hoog. De binnentemperatuur van het oppervlak van de ongeïsoleerde betonnen dakrand is echter laag. De ruimte achter de betimmering, ter plaatse van de aansluiting van de dakvloer op de gevelpui wordt slechts beperkt mee opgewarmd, waardoor in deze ruimte de luchtvochtigheid in relatieve zin nog verder oploopt. Hierdoor ontstaat condens tegen de binnenzijde van de betonnen dakrand. Het condenswater loopt af op de rand van de dakvloer. Van de dakvloer loopt dit condenswater op de kozijnen waar het vervolgens naar binnen dringt. Vanuit de nieuwbouw is de betreffende aansluiting niet geïsoleerd en daarbij onvoldoende dampremmend afgewerkt geweest. Dit heeft echter pas in het gebruik van de ruimte als werkkamer tot de condens problemen geleid.
HerstelAanpassing is niet eenvoudig. In dit geval is gekozen de betimmering aan de binnenzijde te verwijderen. Een dampremmende folie aan te brengen tegen de binnenzijde van de dakvloer en het kozijn. Hierdoor kan de vochtige lucht minder tot vrijwel niet in de betreffende aansluiting komen. Vanaf de buitenzijde zijn de ‘blinde’ ruiten verwijderd en is isolatie aangebracht achter de dampremmende laag. Vervolgens zijn de ‘blinde’ ruiten nadrukkelijk geventileerd teruggeplaatst. Hierdoor is de aansluiting geventileerd aan de koude zijde. Mocht nog ergens condens ontstaan dan kan dit op momenten van verdamping door de ventilatie worden afgevoerd. Een grote ingreep voor een ogenschijnlijk klein probleem.

13/12/2022

Monumentale woningen verduurzamen
In het het Gelderse Lochem worden voor het eerst twaalf bewoonde monumentale woningen in de wijk Berkeloord verwarmd met waterstofgas via de leidingen van het bestaande aardgasnet. Het betreft hier een drie jaar durende pilot waarmee nutsbedrijf Alliander onderzoekt of waterstof een geschikt alternatief is voor aardgas voor het verwarmen van lastig te isoleren huizen.
Het stoken van waterstofgas kan een goed alternatief zijn voor met name woningen waarvoor elektrische warmtepompen geen oplossing bieden, of in wijken waar geen warmtenet kan worden aangelegd. Een bijkomend voordeel is dat voor het transport van waterstof gebruik kan worden gemaakt van gasleidingen die al in de grond aanwezig zijn. Bij deze proef in Lochem worden Remeha waterstofketels toegepast.
Naast het feit dat in Lochem voor het leveren van waterstof het bestaande aardgasnet wordt gebruikt, is het ook een unieke kans voor de bewoners om hun veelal monumentale woningen te verduurzamen met behoud van de waarde van hun erfgoed. Zowel bewoners als betrokken partijen hebben reeds veel geïnvesteerd om deze pilot mogelijk te maken.
Aan de overstap naar waterstofgas ging veel voorbereiding vooraf. Zo is onder meer aan de Stijgoord in Lochem door Westfalen Gassen Nederland BV een locatie gebouwd waar het waterstof in het bestaande gasnet wordt gevoed. In deze zogeheten invoed-installatie wordt de druk van het waterstof geregeld en wordt die voorzien van een geurstof omdat waterstof van nature geurloos is. De woningen zelf zijn eerst zo goed mogelijk geïsoleerd. Vervolgens zijn de bestaande cv-ketels vervangen door de waterstofketels. In de straat zijn extra gasleidingen aangelegd om de woningen die niet meedoen aan de pilot te kunnen blijven voorzien van aardgas.
Extra handelingen bij onderhoud waterstofnet
Het onderhoud aan het waterstofnet wordt uitgevoerd door netbeheerder Liander. Deze pilot is ook voor de netbeheerder een nieuwe stap. De werkzaamheden lijken in eerste instantie veel op het werk dat gasmonteurs dagelijks uitvoeren. Wel vraagt het om een aantal extra handelingen. Daarom heeft een groep monteurs eerder dit jaar een opleiding gevolgd, specifiek gericht op waterstof, in een speciaal voor dit doel gebouwd waterstofhuis in Apeldoorn.
De pilot in Lochem duurt dus drie jaar. Zo kan voldoende ervaring worden opgedaan tijdens koude winters. De ervaringen worden vervolgens gedeeld met andere netbeheerders die plannen hebben voor vervolgprojecten met meer bewoners. Op die manier ontstaat steeds meer inzicht in hoe waterstof kan bijdragen aan de verduurzaming van bestaande woningen.

05/12/2022

Zijn de verduurzamingsplannen in het Klimaatakkoord ambitieus genoeg?
“Het aardgasloos maken van de gebouwde omgeving moet zonder meer voor 2040 geregeld kunnen worden. De doelstelling uit het Klimaatakkoord om aardgasloos te zijn in 2050 is lang niet ambitieus genoeg. Overigens heb ik het dan nadrukkelijk over ‘aardgas’-loos, want helemaal gasloos hoeven we niet te worden. Voor een klein deel van de gebouwde omgeving kan uiteindelijk worden gekozen voor biogas, waterstof of synthetisch methaan.”
“Als we los van het aardgas willen komen, zijn er drie mogelijke hoofdroutes: warmtenetten, all-electric met warmtepompen, of groen gas. Verder heb je nog wat tussenvormen, zoals hybride warmtepompen op groen gas, en warmtepompsystemen met een warmtenet voor de hoge temperaturen. Of warmtepompen op grote schaal moeten worden ingezet, hangt van de omstandigheden en het type warmtepomp af. Ik heb bezwaar tegen het gebruik van luchtwarmtepompen en airco’s in dichtbevolkte steden. Ten eerste kunnen ze geluidsoverlast veroorzaken, en daarnaast stoten luchtwarmtepompen in de zomer – als ze in koelmodus draaien – afvalwarmte uit in de buitenlucht. Als dat bij alle huishoudens in een stad gebeurt, krijg je ’s zomers een verergerd ‘urban heat island’-effect. Daarmee bedoel ik een vicieuze cirkel: koelen – warmte uitstoten – lucht opwarmen – meer koeling nodig, enzovoort. Daar komt bij dat luchtwarmtepompen een lagere efficiëntie hebben dan bodemsystemen, en in hartje zomer en winter voor een hoge stroomvraag zorgen die juist niet in de drukke binnensteden kan worden opgewekt. Ik heb daarom ook minder bezwaar tegen toepassing van luchtwarmtepompen buiten de dichtbebouwde gebieden. In minder compacte wijken, dorpen en buitengebieden waait de vrijkomende warmte makkelijker weg en is de geluidproductie een kleiner probleem. Bovendien heb je daar meer ruimte om eigen duurzame stroom op te wekken, om zo de wat lagere efficiëntie te compenseren.”
Wat is het alternatief in dichtbebouwde omgevingen? “De bodem is de meeste stabiele bron voor een warmtepomp, maar als daar geen gebruik van kan worden gemaakt zijn er verschillende alternatieven. Zo kan warmte en koeling met tussenkomst van een water/water-warmtepomp worden onttrokken aan kanalen, riolering of drinkwaterleidingen. Dan spreek je over aquathermie. En daarnaast is er de restwarmte van andere stedelijke functies, en je kunt aan stadswarmtenetten denken. Op locaties waar warmtenetten en warmtepompen geen optie zijn, kan de toepassing van groen gas uitkomst bieden.”
Hoe groot is de potentie van aquathermie volgens u?
“Ik voorzie dat dit ‘een groot ding’ wordt in Nederland. Een gemeente als Amsterdam is er serieus mee bezig. Ze hebben honderden kilometers kade die moeten worden vervangen. Met het oog op aquathermie worden nu proeven voorbereid waarbij uitwisselmatten in de kademuren worden ingebouwd. Die uitwisselmatten bestaan uit registers van leidingen waar een vloeistof door stroomt om warmte mee uit te wisselen. Eigenlijk net als de leidingen in vloerverwarming, maar dan omgekeerd werkend.”

Veel huizenbezitters lijken terughoudend als het om verduurzaming woning gaat. Hoe kan het draagvlak worden vergroot?
“Door de nadruk te leggen op de voordelen voor de mensen. Verduurzaming zorgt uiteindelijk voor een gezondere woning met lagere of zelf helemaal geen energie¬lasten. Na de terugverdientijd van de maatregelen, doorgaans 5 tot 10 jaar, zorgen ze zelfs voor winst of in het geval van externe financiering voor lagere totale maandlasten. Daarbij raad ik warmtepompen aan bij woningen die met een lage of midden temperatuur kunnen worden verwarmd, in dat laatste geval eventueel aangevuld met piek bijstook via een hybride warmtepomp die in de toekomst op groen gas kan draaien. Warmtepompen kunnen immers zowel verwarmen als koelen, wat in het opwarmende klimaat steeds harder nodig is om een gezond binnenmilieu te krijgen. Al blijft daar voor de binnensteden wel het bezwaar bij bestaan dat ik eerder met betrekking tot luchtwarmtepompen noemde. Verder moeten we naar een combinatie zoeken van klimaatmitigatie (energietransitie, -red.), klimaatadaptatie (aanpassen aan extremen, -red.) en extra waarde creatie voor mens en milieu. Een voorbeeld van een plan waarbij die drie samenkomen, is mijn voorstel om de Friese energietransitie gepaard te laten gaan met het via warmtepompen onttrekken van warmte aan de Elfstedenroute. Daardoor bevriest het water in die route sneller, waardoor de kans groter wordt dat erop kan worden geschaatst. Het is een concept dat in elke stad met oppervlaktewater kan worden toegepast.”
Er is zeker reden voor optimisme. Maar hoe succesvol de transitie verloopt hangt of staat voor een groot deel met de vraag of de grotere steden door kunnen en willen pakken. De tijd van het polderen met marktpartijen moet voorbij zijn. De politiek moet eindelijk doorpakken en hun de maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Dat levert een hoop gemor bij een deel van de burgers, maar het is wel de enige manier om de doelen te realiseren. We hebben een metapartij nodig die boven alle burgers en bedrijven staat, zodat er geen individuele belangen meer doorheen lopen.” Kiezen voor meerdere mogelijkheden kan hierbij de kwetsbaarheid die we nu hebben beperken.

29/11/2022

Opsporen van koudebruggen vraagt meer dan infraroodbeelden
Voor het inzetten van een warmtepomp moet een woning voldoende geïsoleerd zijn. Om erachter te komen of dat het geval is, wordt vaak een infraroodcamera gebruikt. Maar daarmee ben je er nog niet.. Er zijn extra technieken nodig om te weten waar eventuele koudebruggen of energielekken zich precies bevinden.
De infraroodfoto’s, waarin op basis van kleur energieverlies zichtbaar wordt, zijn bij veel mensen bekend. Maar de interpretatie is heel belangrijk. Als je een blauw plekje op een muur ziet, wat duidt op energieverlies, zijn er wel vijftien oorzaken voor te verzinnen. Ontbreekt er een stukje isolatie? Zit er een boorgaatje in de buitenmuur? Of een spleet, waardoor het langs de muur tocht? Kortom: als je kleurverschil op een muur ziet, weet je niet direct wat de te nemen vervolgstap is.”
Mensen denken al snel dat dit isolatiemateriaal een woning warm houdt. Maar als er daarnaast kieren in de muren en wanden zitten, is dat niet het geval. Warme lucht gaat graag naar boven en koude lucht komt vervolgens onderin door kieren binnen. Niet alleen consumenten gaan hieraan voorbij; ook bij vakmensen in de bouw gebeurt dat nog weleens. Je kunt je huis nog zo goed isoleren, maar als het lek is, komt de kou nog steeds naar binnen.”
Als er in de nok kieren zitten, zal hier door de onderdruk koude lucht naar binnenkomen. Je ziet dan het IR-beeld van rood (relatief warm) in blauw (relatief koud) veranderen.” Ook tochtende randen van kozijnen en deuren zullen door de onderdruk van kleur veranderen. De tocht die door onderdruk ontstaat, kan ook worden aangetoond met een kleine rookmachine. De stroming van de rook geeft aan waar de afdichting niet op orde is. Na het genereren van onderdruk blijkt de nok hier niet luchtdicht te zijn. Door de onderdruk komt koude lucht binnen (blauw). Normaal zal hier warme lucht, die graag opstijgt, naar buiten verdwijnen. In een volgende stap kan overdruk worden gecreëerd. Dit kan door de blaasrichting van het ventilatiesysteem om te keren. Door rook in een huis te verspreiden, zal aan de buitenkant te zien zijn waar zich de lekken bevinden. Dit is even nuttig voor een historisch woonhuis als voor een net opgeleverd rijtje woningen van een corporatie. Dus ook voor nieuwe woningen. Het is vaak de vraag of ze aan het Bouwbesluit voldoen. De mate van luchtlekkage bij een bepaalde druk per vierkante meter oppervlakte is genormeerd.
Deze analyses hoeven niet duur te zijn. Voor woningeigenaren kan SDE-subsidie helpen; die geldt ook voor een luchtdichtheidstest.. Dat betekent dat er veel onderzoeken bij individuele huizen worden verricht. “Als je een eerste inventarisatie doet, waarbij niet per se een rapportage conform de NEN-EN 13187 kwaliteitsnorm voor thermische controle nodig is, kun je al een indruk van de isolatie krijgen en hoe je die waar nodig kunt verbeteren. In een paar uur, en voor een beperkt bedrag, weet je dan al meer. Bij een corporatie die net een aantal rijtjeshuizen heeft laten bouwen, kan een meting aan één woning al iets zeggen over het hele rijtje.
De thermografiespecialist is een roepende in de woestijn. Specialisten, bijvoorbeeld bij woningcorporaties, kennen de technieken wel, maar laten analyses vaak niet maken. Bijvoorbeeld door wisselend personeel; niet elke nieuwe medewerker komt op het idee voor zo’n onderzoek.” Woningeigenaren hebben hulp nodig om goed te begrijpen hoe hun huizen in elkaar zit en welke stappen ze het beste kunnen zetten. Daarbij helpt het niet dat energiecoaches in de praktijk maar beperkt advies kunnen geven. Een professionele structuur zou helpen, met mensen voor aan de keukentafel, adviseurs, mensen die metingen kunnen doen en bouwfysici. Dan krijgt de consument een goed antwoord op de vraag ‘waar kan ik het beste beginnen?
Bron Frans Dam

Adres

Trambaan 39
Ossendrecht
4641PE

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer WoonCheck nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar WoonCheck:

Delen