05/12/2022
Zijn de verduurzamingsplannen in het Klimaatakkoord ambitieus genoeg?
“Het aardgasloos maken van de gebouwde omgeving moet zonder meer voor 2040 geregeld kunnen worden. De doelstelling uit het Klimaatakkoord om aardgasloos te zijn in 2050 is lang niet ambitieus genoeg. Overigens heb ik het dan nadrukkelijk over ‘aardgas’-loos, want helemaal gasloos hoeven we niet te worden. Voor een klein deel van de gebouwde omgeving kan uiteindelijk worden gekozen voor biogas, waterstof of synthetisch methaan.”
“Als we los van het aardgas willen komen, zijn er drie mogelijke hoofdroutes: warmtenetten, all-electric met warmtepompen, of groen gas. Verder heb je nog wat tussenvormen, zoals hybride warmtepompen op groen gas, en warmtepompsystemen met een warmtenet voor de hoge temperaturen. Of warmtepompen op grote schaal moeten worden ingezet, hangt van de omstandigheden en het type warmtepomp af. Ik heb bezwaar tegen het gebruik van luchtwarmtepompen en airco’s in dichtbevolkte steden. Ten eerste kunnen ze geluidsoverlast veroorzaken, en daarnaast stoten luchtwarmtepompen in de zomer – als ze in koelmodus draaien – afvalwarmte uit in de buitenlucht. Als dat bij alle huishoudens in een stad gebeurt, krijg je ’s zomers een verergerd ‘urban heat island’-effect. Daarmee bedoel ik een vicieuze cirkel: koelen – warmte uitstoten – lucht opwarmen – meer koeling nodig, enzovoort. Daar komt bij dat luchtwarmtepompen een lagere efficiëntie hebben dan bodemsystemen, en in hartje zomer en winter voor een hoge stroomvraag zorgen die juist niet in de drukke binnensteden kan worden opgewekt. Ik heb daarom ook minder bezwaar tegen toepassing van luchtwarmtepompen buiten de dichtbebouwde gebieden. In minder compacte wijken, dorpen en buitengebieden waait de vrijkomende warmte makkelijker weg en is de geluidproductie een kleiner probleem. Bovendien heb je daar meer ruimte om eigen duurzame stroom op te wekken, om zo de wat lagere efficiëntie te compenseren.”
Wat is het alternatief in dichtbebouwde omgevingen? “De bodem is de meeste stabiele bron voor een warmtepomp, maar als daar geen gebruik van kan worden gemaakt zijn er verschillende alternatieven. Zo kan warmte en koeling met tussenkomst van een water/water-warmtepomp worden onttrokken aan kanalen, riolering of drinkwaterleidingen. Dan spreek je over aquathermie. En daarnaast is er de restwarmte van andere stedelijke functies, en je kunt aan stadswarmtenetten denken. Op locaties waar warmtenetten en warmtepompen geen optie zijn, kan de toepassing van groen gas uitkomst bieden.”
Hoe groot is de potentie van aquathermie volgens u?
“Ik voorzie dat dit ‘een groot ding’ wordt in Nederland. Een gemeente als Amsterdam is er serieus mee bezig. Ze hebben honderden kilometers kade die moeten worden vervangen. Met het oog op aquathermie worden nu proeven voorbereid waarbij uitwisselmatten in de kademuren worden ingebouwd. Die uitwisselmatten bestaan uit registers van leidingen waar een vloeistof door stroomt om warmte mee uit te wisselen. Eigenlijk net als de leidingen in vloerverwarming, maar dan omgekeerd werkend.”
Veel huizenbezitters lijken terughoudend als het om verduurzaming woning gaat. Hoe kan het draagvlak worden vergroot?
“Door de nadruk te leggen op de voordelen voor de mensen. Verduurzaming zorgt uiteindelijk voor een gezondere woning met lagere of zelf helemaal geen energie¬lasten. Na de terugverdientijd van de maatregelen, doorgaans 5 tot 10 jaar, zorgen ze zelfs voor winst of in het geval van externe financiering voor lagere totale maandlasten. Daarbij raad ik warmtepompen aan bij woningen die met een lage of midden temperatuur kunnen worden verwarmd, in dat laatste geval eventueel aangevuld met piek bijstook via een hybride warmtepomp die in de toekomst op groen gas kan draaien. Warmtepompen kunnen immers zowel verwarmen als koelen, wat in het opwarmende klimaat steeds harder nodig is om een gezond binnenmilieu te krijgen. Al blijft daar voor de binnensteden wel het bezwaar bij bestaan dat ik eerder met betrekking tot luchtwarmtepompen noemde. Verder moeten we naar een combinatie zoeken van klimaatmitigatie (energietransitie, -red.), klimaatadaptatie (aanpassen aan extremen, -red.) en extra waarde creatie voor mens en milieu. Een voorbeeld van een plan waarbij die drie samenkomen, is mijn voorstel om de Friese energietransitie gepaard te laten gaan met het via warmtepompen onttrekken van warmte aan de Elfstedenroute. Daardoor bevriest het water in die route sneller, waardoor de kans groter wordt dat erop kan worden geschaatst. Het is een concept dat in elke stad met oppervlaktewater kan worden toegepast.”
Er is zeker reden voor optimisme. Maar hoe succesvol de transitie verloopt hangt of staat voor een groot deel met de vraag of de grotere steden door kunnen en willen pakken. De tijd van het polderen met marktpartijen moet voorbij zijn. De politiek moet eindelijk doorpakken en hun de maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Dat levert een hoop gemor bij een deel van de burgers, maar het is wel de enige manier om de doelen te realiseren. We hebben een metapartij nodig die boven alle burgers en bedrijven staat, zodat er geen individuele belangen meer doorheen lopen.” Kiezen voor meerdere mogelijkheden kan hierbij de kwetsbaarheid die we nu hebben beperken.