04/03/2020
Beste staatssecretaris,
Gisteravond moest ik huilen. Ik nam de resultaten door van het onderzoek dat ik verstuurde naar de ondertekenaars van ons manifest, en via de kanalen van Mind. Een onderzoek over de bereikbaarheid van de crisisdienst en de beschikbaarheid van crisisbedden.
748 reacties kregen we. Ik nam ze allemaal door. Regel na regel las ik over mensen die hebben meegemaakt, wat ik ook heb meegemaakt. Dat je als naaste pas na uren wordt teruggebeld door de crisisdienst, terwijl je partner in de tussentijd al een zelfmoordpoging heeft gedaan. Dat er geen bed beschikbaar is en je naar huis wordt gestuurd, totdat het zo uit de hand loopt dat je gedwongen moet worden opgenomen. Dat er tegen je wordt gezegd dat het pas een crisis is als je óp het spoor staat, niet ernaast.
Het confronteert me met mijn eigen ervaringen. Maar ik ben niet alleen, en het ligt niet aan mij. Dat drong gisteravond tot me door. Daarom moest ik huilen.
Beste staatssecretaris,
Zes weken geleden ging ik voor het eerst voor de ingang van het ministerie zitten. Ik vertelde dat ik niet kwam voor gesprekken: de tijd van praten is voorbij, zei ik. Ik wilde toezeggingen op drie punten: een helpdesk, voor mensen zoals ik, die vastgelopen zijn in het systeem; landelijke centra voor de specialistische zorg die regionaal niet georganiseerd kan worden; en een verbetering van de spoedeisende psychiatrie, zodat de crisisdienst bereikbaar is en iemand kan worden opgenomen als dat nodig is.
Wat kwamen er veel politici langs. En wat nam iedereen me serieus. Dapper hoor, dat je dit doet. En wat een heftig verhaal. We gaan er echt iets aan doen.
Beste staatssecretaris,
Vier weken geleden deed u een bijzondere uitspraak. U zei dat het systeem om mensen zoals ik, met complexe psychische problemen, te helpen, faalt. En u zei tegen mij dat ú de verantwoordelijke bent. En dat u daarom de zorgverzekeraars en de instellingen vier weken gaf om met een plan te komen om deze zorg wel te kunnen garanderen. Anders zou u ingrijpen, beloofde u.
Beste staatssecretaris,
Vandaag is het 4 maart. De dag dat de deadline is verstreken. Voor Justin is het te laat. Afgelopen donderdag pleegde hij zelfmoord. Zijn moeder schreef een brief aan u. Ik krijg dagelijks dit soort brieven, en ik vermoed u ook.
Inmiddels heb ik grotendeels kunnen lezen met wat voor plan de zorgverzekeraars en de instellingen zijn gekomen. Een plan waarin met mooi klinkende ‘regiotafels’ naar dit probleem wordt gekeken, terwijl er een landelijke oplossing zou komen. Een plan dat spreekt van pilotregio’s, terwijl er in het hele land mensen zoals Justin op dit moment al maanden en vaak jaren wachten op hulp. Maar vooral een plan waarin letterlijk wordt gezegd dat de wachttijden buiten beschouwing worden gelaten - want daar is al een stuurgroep voor.
Ik wil geen stuurgroep. Ik wil geen regiotafels. Ik wil geen pilotregio’s. Ik begrijp ook wel dat het lang duurt om dit soort complexe problemen op te lossen. Maar op dit moment wordt er niet eens naar ons geluisterd.
Ik wil erkenning voor de acute problemen. Ik wil dat psychiatrisch patiënten serieus worden genomen. En ik wil niet weer alleen maar mensen die met het proces bezig zijn, maar in ieder geval het begin van een échte oplossing.
Ik heb u de afgelopen weken leren kennen als een oprecht mens. U bedoelt het daadwerkelijk goed. Maar het moet radicaal anders. En daarom kan ik u maar één ding vragen:
Beste staatssecretaris, Grijp in.
- Charlotte Bouwman