13/08/2020
Oude mannetjes 5
Op het paadje bij de brug komt hij aangefietst. Hij stapt af en kijkt om zich heen. "Wat een mooie plek hè!" zegt hij tegen me. Ik beaam het en ga ondertussen op het uiterste hoekje van het bankje zitten. Ik vraag of hij hier vaker komt.
Hij vertelt dat hij in de buurt kampeert en dat hij hier elke dag even heen fietst. Het is er zo mooi, daarom. Ik vraag waar het fietspad heen leidt en ik krijg een uitgebreide routeomschrijving. Hij vraagt of hij op het andere hoekje van de bank mag gaan zitten. Ik knik, uiteraard, en hij gaat er echt voor zitten nu.
Mijn hond grijpt zijn kans en gaat ook even ervoor zitten. Ik maak gelijk aanstalten om het op te ruimen, het is goed te ruiken.
"Ach, dat is toch de natuur, laat gerust liggen hoor!" zegt hij. Ik protesteer, zo dicht bij zo'n fijn bankje, dat vind ik niet netjes.
We hebben het wat over seizoenkamperen en de regio. Het is een prachtige omgeving. Ondertussen komt er nog een vrouw aangefietst. Die gaat een paar meter verder op de brug staan, de rug naar ons toe. Ze neemt geen deel aan het gesprek.
Na een tijdje gebabbeld te hebben, stapt het mannetje weer op de fiets. Ik pak de hond op en zet hem weer achterop mijn fiets en maak ook aanstalten. Op de brug zie ik dat twee tieners heerlijk door de beek waden en genieten van de koelte van het water. "Wat heerlijk ziet dat eruit," zeg ik tegen de vrouw.
Ze protesteert. "Het is hier altijd zo stil, zo rustig. Nu is dat helemaal niet zo. Ik snap er niks van. Er gaan ook al allemaal mensen kanoën hier. En nu die jongeren die hier maar schreeuwen en banjeren. Dit kan toch ook wel gewoon in het zwembad!" Ik moet even schakelen naar deze toonsoort. Ik ben vooral verbaasd. Ik vertel dat even naar het zwembad helemaal niet zo makkelijk gaat nu. Dus dat ik die kids wel begrijp. En het is een kanogebied, anders zou er geen kanostoep zijn, tenslotte.
Maar zo makkelijk ben ik er niet vanaf. "Er zitten hier zwanen, die worden zo helemaal verstoord, die zijn dit niet gewend."
Eigenlijk wil ik hier helemaal niks mee, merk ik. Het tevreden gesprek van net verdwijnt helemaal naar de achtergrond. Ik besluit dat ik het niet aan ga. "Er is hier zoveel natuurgebied waar niemand kan komen. Die zwanen gaan daar vast heen als dit teveel is." Ik groet en fiets snel verder, de hitte weer in.