31/05/2026
Obligatiehouders hebben in 2026 plotseling een fiscaal aantrekkelijke route gekregen.
In box 3 geldt voor obligaties een forfaitair rendement van 6,00%, belast tegen 36%. Bij een werkelijk couponrendement van 3% is dat fictieve rendement bijna twee keer zo hoog als wat u feitelijk binnenkrijgt.
Sinds de Hoge Raad-arresten van juni 2024 kunt u kiezen voor heffing op werkelijk rendement. Voor een obligatieportefeuille van € 500.000 die 3% direct rendement oplevert, scheelt dat op jaarbasis circa € 4.118.
Drie aandachtspunten die in de praktijk vaak worden gemist:
- Bij werkelijk rendement vervalt het heffingsvrij vermogen. De berekening loopt over uw totale obligatievermogen.
- Transactiekosten, bewaarloon en beheerkosten zijn niet aftrekbaar bij de tegenbewijsregeling. Alleen rente op box 3-schulden kan meetellen.
- De peildatumarbitrage rond 1 januari wordt door de Belastingdienst nagekeken. Verkoopt u obligaties in de drie maanden vóór 1 januari en koopt u binnen drie maanden terug, dan wordt de verschuiving genegeerd tenzij u zakelijke gronden kunt aantonen.
In ons nieuwe artikel werken we de fiscale afwegingen volledig uit, inclusief de DGA-vraag of obligaties beter privé of in de BV thuishoren.